is toegevoegd aan uw favorieten.

De zot van aanzien, of De historie van Hendrik graave van Meerland.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De ZOT van AANZIEN. St

Omtrent vyf weeken na haare ongelukkige rliskraam, fcheen zy te herftellen, fchoonby kleine trappen , en zat zomtyds met behulp overeinde in haar bed ; wanneer de oudfte geneesheer my op een morgen alleen riep ; het doet my leed , Mynheer , zeide hy , het doet my zeer leed , dat ik u myne waarnemingen moet zeggen. Ik wensch dat ik bedrogen mag weezen, maar ik vreeze grootelyks voor u ! Ik vrees dat uw lieve vrouw onherftelbaar is. Door de verfchynzelen , fchynt my toe , dat zy een inwendig abces of gezwel heeft; maar binnen weinige dagen ■zal het zich aan de goede of kwaade zyJe beflisfen.

Hadden alle foorten van kwaade tydingen zich op een gepakt, ik zou zoo niet aangedaan geweest zyn als by deeze gelegenheid. Ik kon van myn ftoel niet opftaan om den Doftor vaarwel te zeggen. Myne knien beefden onder my. Daar kwam een duizeling voor myne oogen, een fchielyke ziekte veranderde myn geheele geftel. Helaas ik had op dien tyd de hulp van myn Matje niet; ik had de wapenrusting niet, waar mede zy gewapend was te-

III. Deel. F gen