Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 13*)

Van het toompjen , of vorkjen (Frasnulum, vel furcuJa),

Van de fehuitsgewijze holligheidKFoJJa nuvteutafis,five fcdfjtotdesi).

Van cie bilnaad (JPeri-

i

i 1

i i

aan de water vleugcis, en worden, even als dezen, onzichtbaar, in den tijd der verlosfing; terwijl zij,gelijk de rimpels der fchede, allengs met de jaaren verdwijnen.

150. Aan-de voorzijde, en een weinig beneden het maagdevlies, ziet men eene andere halvemaansgewijze vouw, of plooi, welke met den naam van vorkjen beftempeld word. Het is bij uitftek zeldzaam om hetzelve na de verlosfing te vinden, maar deszelfs fcheuring , welke, in het tijdftip van den doortogt van het hoofd des kinds, bijnaar onvermijdelijk is, heeft geene de minfte gevolgen, of onaangenaamheden , wanneer deze fcheuring zich niet verder uitftrekt dan tot dit deel, en de bilnaad daar niet in begrepen word.

151. Tusfehen deze twee vliezige vouwen, naamlljk het maagdevlies en vorkjen, ontdekt men de fchuitsgewijze holligheid, in welke niets bijzonders gevonden word.

152. De plaats tusfehen de vrouwelijkheid en den aars is de bilnaad, dusgenaamd, om dat in derzeiver geheele lengte een foort van ftreep Ior.pt, welke naad {Raphé) geheetcn word. Derzeiver uitgelb*; ' theid is, in den natuurlijken ftaat, omtrent twee vinger-breedten, maar zij kan zich aattmerklijk uitrekken in het tijdftip der verlosfing. Van dit midlenfchot, of-van deze foort van brug, tusfehen den aars en de vrouwelijkheid, moet le verloskundigen de fcheuring poogen voor :e koomen, in het tijdftip van den uittogc tan het hoofd des kinds, dewijl anders deze wee Openingen welhaast Hechts eene opening lullen vormen, het welk onaangenaame, en

fom-

Sluiten