Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

FREDERIK DEN-ÏI. 337

ven, alle Handen of bezitters van adelijke landgoederen in de provincie zig ce vereenigen en eene maatfchappij re vormen, van welke alle de leden, wederzijdsch voor her gantfche lighaam borg blijvende, een openbaar krediec zouden doen geboren worden en ftaande houden. Men ftelde- te dien einde te Breslau een kollege of eene pro* vintiaaie maatfchappij aan, mee eene leenbank of leenkasfe. De maatfchappij ont» vangc de kapicaalen van hun, die gelden ce plaacfen hebben & en hier door bevindt zij zig in ftaat om degeenen, die geld op hunne landgoederen willen opneemen, te leenen. Het landgoed wordt dan gewaardeerd door lieden, welke de maatfchappij benoemt ; dan maakt men voor de geleende fom brieven op, die Iedere brieven genoemd worden, omdat zij op perkament gedrukt zijn. Een zoodanige brief is eene obligatie, in welke men den naam van het landgoed, waarop de hypotheek gevestigd is, en hec gecuigfehrifc der gezworenen, die hec gewaardeerd hebben, vermelde. Men verdeelc die brieven in verfchillende portieën van honderd coc duizend kroonen. Zij, die geld in de bank brengen, ontvangen een aeker getal dier brieven voor de fom, die zij Y Ier

Sluiten