Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

498 LEVEN van

man van een doordringend verftand en van ondervinding, wis: da: hec belang van den koopman medebrengc de vreemde voorcbrengzelen intevoeren en alom ce verfpreiden en de nijverheid der nacie coc zijn eigen voordeel te dwarsboomen. Zoo die ijver om de vreemde waaren te vertieren niec algemeen ware , zoo de omloopers , de winkeliers , de kraamers in andere landen het nadeel, dat degeene, die in ons land zijn, onze fabrieken doen , niec vergoedden, zouden deeze alleen ons in weinig cijds bederven. Omdac nu de kooplieden in andere landen ons dien diensc bewijzen, moeten wij fabrieken, werklieden en manufaéturiers hebben. Hierom befchouwde frederik de fibrieken als de voeders van het gemeene volk, en de kooplieden als bedervers van den adel en burgerHand. De moeke, die hij zig gaf, om fabrieken opterigten en ce onderhouden, hebben hem zelfs van een wufc en tegens zijne eigen beginzelen ftrijdig gedrag doen befchuldigen. Hij wilde de inkomften der accijfen vermeerderen en hij verleende den fabrikeu. ren ligtlijk vrijdommen. De beftierers der accijfen beloofden hem enige millioenen kroonen meer van de inkomften derzei ve, aoo hij zig minder gemaklijk wilde becoo-

nen

Sluiten