is toegevoegd aan uw favorieten.

Grondbeginzelen der zedelijke wetenschappen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

178 Grondbeginzelen

val van hun geluk, huisgezin, en goeden naam, zijn er menigmaalen het gevolg van. De Wilden zijn tot het fpeelen geneigd; en in dat opzicht, welk verfchil er zijn moge in kleeding, of kleur, zijn de karakters van een edelman aan het fpel verflaafd, en van eenen fpeelenden Wilden, niet alleen gelijkformig, maar volkomen dezelfde. De Wilde zal bij het fpel zijn wijf, kinderen, en eigen vrijheid verliezen ; de ander zal op gelijke wijze doorbrengen, hetgeen zijne vrouw en kinderen moest onderfteunen, en hem zeiven onaf hangelijk moest houden; en het is al wel, als hij geen zelfsmoorder wordt. Kan men zich wel te zeer van zulke fchroomelijke zaaken verwijderen? en kan de man , die zich eens aan deze gevaarlijke bezigheid heeft overgegeven , wel zeggen , wanneer hij er van ophouden, en niet verder gaan wil ? Men

vertrouwe zulken mensch niet.

391. Onze gedachten kunnen zoo wel, als wezenlijke voorvallen in ons leven , onze hartstochten gaande maaken, en iemand kan Zijne ziel in eene gisting van toorn brengen, of in eenige andere hevige ongefteldheid, zonder dat hij aan eenige verzoeking is blootgefteld geweest, en enkel door eene levendige