Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

RECHTEN. si

ftaan, dat dezelve in betrekking moet ftaan tot het natuurkundige van het land, 't zij het zelve koud, heet, of gematigd zij.

4. Tot de hoedanigheid van de. uitgebreidheid van den grond, deszelfs ligging' enz.

5. Tot de bijzondere levenswijze van het volk, en de gewoone middelen van beftaan.

6. Tot den trap van vrijheid, welken de ftaatklindige inrichting van dat volk kan toelaatcn. En

7. Tot den Godsdienst, de genegenheden, de rijkdommen, het getal , den koophandel, de zeden en gewoonten der ingezetenen.

Dit alles maakt met eikanderen dat geene uit, 't welk men den omflag van de burgerlijke maatfehappij kan noemen; natuurlijk moet ijder van deeze zaaken eenen zekeren invloed hebben in de wijziging van de bepaalingeu omtrent dat geene, 't welk in de handelingen der menfehen °voor recht en onrecht, voor billijk en onbillijk gehouden moet worden.

Hoe meer in een burgerrecht, door alle de genoemde zauken heen, de oorfpronglijke re enten en verpligtingen van den mensch bewaard zijn, en nagefpeurd kunnen worden, en dus hoe minder alle die oP zichzelve in eene burgermaatfchappij noodzaaklijke afwijkingen van het 001fpronglijk recht der natuur, aan die oerfrron, lijke rechten benadcelen, des te fchooner is een zodanig recht, des te bekoorlijker k de ftudie. van eene zodanige Rechtsgeleerdheid.

g 3 Z. Maal

Sluiten