is toegevoegd aan uw favorieten.

Vaderlandsche rechten voor den burger.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SSo VADERLANDSCHE

hebben de bewijzen in handen, dat het Opperweezen dezelve, in de Mofaïfche Staat en Burgenvetten, verboden heeft (dj; en, hoe zeer die wetten wel geene verbindende fcragt, in onze tegenwoordige burgermaatschappijen, hebben (V), kunnen zij evenwel tot een volmaakt voorbeeld ftrekken , cn zo ver gevolgd worden , als de Staatkundige inrichting, en de offiftandigheden, toelaaten ; gelijk dit bij alle Christelijke volken min en meer, gedaan is.

' Z. Binnen welke graaden zijn zodanige huuwlijken, in,Holland, verboden?

V. Daar wij hier omtrent eene Heilige wet hebben, zullen wij ons met de bepaalingen van vroegere tijden niet ophouden, maar alleen van de tegenwoordige wet ipreeken. In de eerfte plaats zijn in de rechte linie, opgaande en nederdaalende, de huuwlijken tot in het oneindige verboden (fj.

In de zijdlinie, zijn verboden de huuwlijken tusfehen broeders en zusters, het zij van heelen, of halven bedde, en dus in den tweeden graad (gj ; dan hier bij blijft het niet: de

huuw-

(dj Levit i8-

(ej Zie mijne aanmerkingen op den Geest der Wetten van de montesq, op het 12de boek, 17 hoofdft, 'noot (e~).

(fj Polit. ord. 1 April 1580. art. 5. (gj Jbid. art. <j.