Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

20

NEDERLANDSCHE

befeheid ontvingen. Doch zy kwamen 'er met dea fchrik af. De laatst gekoomene Zwarten vertrokken eerlang: waarnaa een der redderen van de onzen hun een pot met water te koop veilde. Smaaklyker dan ooit voorheen de keurlykfte wyn was voor hun deeze drank: te meer, alzo zy in den tyd van zevenendertig dagen geen ander dan zeewater aan hunne lippen gehad hadden: ook fcheen het hun den honger te doen vergaan, en hunne kragten merkelyk te verfterken.

Voorts beduidden de Zwarten aan van der heiden en de zynen , door gebaaren en tekenen, dat twintig van de hunnen hier in 't land waren aangekoomen, en dat, een van dezelven op krukken ging. Niet anders konden ze hier uit befluiten, of 't moesten hunne reisgenooten zyn, dewyl hun Boekhouder, die by den Schipper geweest was, een kruk droeg. Uit blydfchap hier over gaven ze nog een ftuk gelds, om hen te fneller te doen roeien. Niet lang daar naa zagenze huizen; uit vreugde hier over vielen ze elkander met traanen in de oogen om den hals, en dankten God voor zyne goedertierene verlosfing.

Nu wierden ze gebragt by den orangkay,.of Overfte van het dorp, die hen zeer minnelyk ontving, en in 't eerst weigerde het geld aan te neemen, welk de Zwarten van hun voor vragt bedongen hadden. Nog grooter wierdt de blydfchap van van der heiden en de zynen, toen zy vernamen, dat de Schipper en zyn volk, onlangs door de Visfchers van het Eiland gehaald , zich insgelyks hier bevonden. Best om zich te verbeelden, immers niet om te befchryven zyn de gelukwenfchen en vreugdebetooningen, met welke zy elkander ontmoetten. Nu ging alle man aan 't werk om voor turn fpyze te beieiden. Tot hua

ge-

Sluiten