Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIERDE BOEK. 33 Wierd hier in door de lichte benden der Atheneren, nu van achteren dan van ter zyden niet weinig belet. Deeze lichte troepen , fchoon meer dan eens te ruggeflagen, herhaalden hunnen aanval telkens met vernieuwden moed, want zeer licht gewapend zynde , was het hun zeer gemaklyk, om zich langs ongebaande en flegte wegen, en dus voor den zwaargewapende!* vyand onbruikbaar, te redden; deeze herhaalde fchermutfelingen maakten de Lacedemoners niet weinig af; des vyands vermoeidheid ontvonkte den moed der lichtgewapenden zofterfc» dat zy het leeger met een vreeslyk gefchreeuw door eene hagelbui van fteenen , pylen en werpfpietfen verzeld, van alle kanten op het lyf vielen ; zo dat het Lacedemoonfche leeger aan zulk foort van vechten niet gewend, en welhaast in verwarring gebragt, naar een goed heenkomen moest omzien: Door het opjaagen der asch, die federd den brand was bly ven leggen , en het vreeslyk gefchreeuw der lichte troepen, in de onmooglykheid van te zien of te hooren, wierden zy door den vyand zeer benaauwd; eindelyk hunne wapenen reddeloos gefchooten, en een groot aantal zwaar gewond zynde, trachtten zy met geflooterj gelederen naar het.ander einde van 't Eiland, alwaar C hun-

Sluiten