is toegevoegd aan uw favorieten.

De verloskunde.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 80

Over de doorfnijding •der fchaambeenderen , <ioor den Heere SiEbold verrigw

C35) De Heer Siebold fchrijft nogthans aan de kleene middenlijn van het hoofd des kinds niet meer dan drie en een' halven duim uitgeftrektheid toe; maar hem is niet onbekend, dat dezelve bij fornrmEen ^rooter is: omwelke reden hij hier de meerdere grootte van het hoofd boven de wijdte der engte van het bekken op het hoogfte heeft genomen.

„ en een'halven duim, teweeg gebragt teheb„ ben; maar hier moet ik alleen volgens mij„ ne eigene proeven redenkavelen , welke „ mij alt'rjd, zoo op lijken, als op het le„ vend voorwerp, waarop ik de doorinjding „ der fchaambeenderen hebbe uitgeoeffend, ,, een en dezelfde uitkomst aangetoond neb-

" 2024.' Volgens dit ontwerp heeft de Heer Siebold de kunstbewerking, waarover wij fpreeken, op den 4-den van Sprokkelmaand, des jaars 1778, op eene vrouwe van vijfendertig jaaren, in het werk gefteld. Dezevrouw had reeds zeven kinderen, welke allen dood gebooren wierden, ter wereld gebragt,waarvan zij van zes natuurlijk verlostte , en het zevende haar, bij Hukken, wierd afgehaald. Haar bekken, tusfchen de fchaambeenderen en het heiligbeen, drieendertig lijnen wijdte hebbende , en de noodige vergrooting van deszelfs omtrek, tot doorlaating van het kind, dus tot een' duim, of ten hoogfte vijftien lijnen, bepaald zijnde (25), aarfelde hij geenzins (zegt hij) de doorfnijding der fchaambeenderen in het werk te ftellen. De