is toegevoegd aan uw favorieten.

De verloskunde.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zes lijnen; terwijl ais dan de lijn IV omtrenf evenveel als de lijn II, II, in uitgeftrektheid toeneemt. De hoek van elk fchaambeen y met de getalletter 3 getekend , verwijdert zich van het midden des uitfteks van het heiiigbeen negen k tien lijnen boven den afftand welken die hoeken, vóór de vaneenwijking der fchaambeenderen, van hetzelve hadden; de bovenfte engte word, volgens de lijn V, flechts een halve duim, en, volgens de lijn VI, tien & elf lijnen wijder. De kleene middenlijn, I getekend, zich tot in het midden der geftipte lijn IX, IX, uitstrekkende, welke flippen het punt aanwijzen tot hetwelk de bolronde oppervlakte van het hoofd zich tusfchen de fchaambeenderen, nadat dezelve twee en een' hal ven duim van elkander geweeken zijn, zoude kunnen begeven, indien alle de zachte deelen van het bekken waren weggenomen, zoude, bij zoodanig eene vaneenwijking, flechts zeven lijnen grooter worden: waaruit men befpeurt, dat dezelve als dan nog ten minfte anderhalve duim korter is dan de kleene middenlijn van het hoofd eens kinds van eene gev/oone grootte. | De doorfnijding der fchaambeenderen zoude dierhalven, ten opzichte van een diergelijk bekken, buiten eenige nuttigheid zijn, indien men flechts eene vaneenwijking van twee en een' halven duim konde teweeg brengen , hoedanig eene reeds gebleken is buitenmaatig te wezen. Hoeveel te meer zoude deze kunstbewerking zonder vrugt bevonden worden, indien men de fchaambeenderen flechts agttien lijnen, zoo als meestal plaats

&ad3