Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5*° HISTORIE van

II. tafel eene gouden kruik vol wyn, van welken hy den Boeic. Keizer m een gouden beker een teug aanbood. AgS II. de keurvorften reedei, de markgraaf van Meisfen, en de Hooryj graaf van Sekwartzenburg, groot-jaagers, blakende op vil a.d hun h00rn d dqor hmnejh ^ gevolgd eeS hert en een beer m 's Keizers tegen woordigheif dood. den iNa den maaltyd deelde Karei, onder de keurvorften, vorften, graaven, en edelen, gefchenken uit

^he^ sar j^-arj-i

gendeher-tenryk een bondgenootfehap hadden aangegaan, tot handJgJ^Javing van hunne regten, welken zy%Vepen door Be<eren. de gouden bule verkracht te zyn; doch hy dwong

hen, van dit bondgenootfehap aftezien, en in een ver?

drag op redelyke voorwaarden te bewilligen. Daarop

SiLven ? Praa^ waar ^ het kwteel van Katehtem voltooide, niet zonder den nayver zyner onderdaanen optewekken. Doch hy vond middel om hen te vrede te ftellen, door hun te herinneren 'weL ke zorgvuid.gheid hy had aangewend, om in de gouden bulle hunne voorregten te vermeerderen en te bevesth gen.

Opfchui. Dan één artikel van die vermaarde grondwet braaf

oorzaakt

-groote opfchuddingen in fommige Keizerlyke fteden door de voort; «etzelve was betreklyk tot de Phalbureers, of Phaibar- zodanigen, die te onregt den naam van burgers droegen

£CrS' nL ak vrvf t bw&**>™ vorst behoorde

met als vrye burgers in de Keizerlyke fteden zouden mogen ontvangen worden. Het oogmerk van deeze wet was, den onderdanen te beletten/dat zy zich zeiven aan de gehoorzaamheid en de heerfchappy hunner natuurlyke heeren onttrokken; doch onder dit voor!

/ n rr ,. wend(«) Heisf. hh IIL cap. 27.

Sluiten