Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JONGEN ANACHARSIS. 17

voltooid hebbende, apollo om eene belooning baden; dat die God hun andwoordde , dat zij dezelve na zeven dagen zouden ontvangen, en dat zij , na den zevenden dag, in eenen genisten flaap den dood vonden (1). Men verfchilt niet minder over de redenen waarom trophonius eene Godlijke eere verdiend heeft: fchier alle de voorwerpen van der Grieken eerdienst hebben eenen oorfprong, dien het onmogelijk is te doorgronden , en nutteloos te onderzotken.

De weg van Lebadia naar den tempel van trophonius is omringd met tempels en ftandbeeiden. Het hol zelf, 't welk beneden het gewijde bosch een weinig is uitgegraven, vertoont in het eerst 1 ene foort van voorhof, omringt met een witte minneren borstweering, waarop koperen obelisken fta;in (2). Van daar komt men in eene grot door kunst uitgehouwen, agt elleboogen hoog en vier breed (*): in het zelve bevindt zich de mond van het hol; men daalt 'er in langs eenen ladder , en op zekere diepte gekomen zijnde, ontmoet men Hechts eene zeer naauwe opening ; hier moet men de voeten doorileken, en wanneer men, met vrij wat moeite, het overige ligchaam 'er doorgedrongen heeft, gevoelt men zich met de fnelheid eeues neder-

ftor-

(O Pindar. ap. Plut. de Confol. t. a, p. 109. (a) Paufan. L 9, p. 791 PMIoftr. vit. Apoll. L. 8 , c. 19. (*) Hoog 15 voeten en 4 duimen; breed 5 voeten, en U

duimen.

IV. BB£L. B

nnoFnsT. xxx'iv.

Sluiten