Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JONGEN ANACHARSIS.' 125

dit kampgevecht het minst geteld , eri fchier' geheel overgelaten wördt aan het laagfte gemeen (i)

Voor liet overige verdragen deze hardvochtige en woeste menfchen veel gemaklijker Hagen en wonden , dan de afmattende hitte (2), geduurende deze gevechten , die in een gewest van Griekenland, in een jaargetijde, op een uur van den dag gehouden worden, waarin liet zonnevuur zoo brandend is , dat de «anfcbouvvers moeite hebben, om het zelve uit te Haan (3), ' 1

Juist , toen deze hitte zich nóg fcheen te verdubbelen, begon het pancratiunt, een gevecht uit de worfteling en den vuistdag ta aamengetteH (4), alleen met dit ondèrfcheid , dat deze worftelaars eikanderen niet om het lijf mogen vatten , geene Iedere handwapenen aan hebben , en alzoo min gevaarlijke Hagen toebrengen. Dit gevecht was fchierlijb gadaarij 'er was dags te vooren een Sicijoniër aangekomen', sostratus genaamd, beroemd door de menigte eerekranzen; welken hij had behaald en door de bekwaamheden , welke ze hem hadden doen verwerven (5). De meeste mededingers waren door zijne tegenwoordig-

■ heid

(1) Xfoer. de bigis, p. 437. Ca) Cic. de cïar. orat.' e'. 6y, t. t t p. 394. (3") Ariftot. problem.' 38, f. 2,' p. 837- /Elian; Var. hift. L. 14, c. 18. (4) Ariftot. dg Rhet. to 2, p. 524*. Plut, Sijmpof. L. 2 , e. 4, t.' a , p. f528. (5) Paufan. L. 6 , c. 4, p. 46c. iV. DE£Lf f

tlOOWle

Sluiten