is toegevoegd aan uw favorieten.

Reize van den jongen Anacharsis door Griekenland.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JONGEN ANACHARSIS. 101

reisgeld, om naar philippus te rug te keeren. „ Gij zult van mijne erkeutnis hooren, zeide hij heen gaande , als het mij flechts gebeuren mag, den Koning, mijnen meester, te ontmoeten." Hij vindt hem, verhaalt aan philippus zijn ongeluk , fpreekt geen woord van zijnen redder , maar vraagt voor zijne eigene fchadeloosftelling een kleen huisjen na bij de plaats, waar hem de vloed aan ftrand geworpen had. Dit was het zelfde van zij» nen weldoener. De Koning ftaat hem terftond zijn verzoek toe, doch kort daarna van de waarheid der geheele gebeurenis onderricht door eenen brief van den eigenaar zelf, vol van de edelfte trekken , trilde hij van verontwaardiging en beval de» Beftuurer van dat gewest , dezen man weder in het bezit van zijnen eigendom te ftellen , en het voorhoofd van den foldaat met een gloeijend ijzer te brandmerken.

Men verheft dit bedrijf tot den hemel: ik keure het goed , zonder het te bewonderen. Philippus behoorde nog eer geftraft te zijn , dan de verachtlijke huurling: de onderdaan, die een onrechtvaardig verzoek doet, is min fchuldig, dan de Vorst, die het , zonder eenig onderzoek , toeftaat. Wat moest philippus dan , na het brandmerk van den foldaat , gedaan hebben ? Hij moest afftand gedaan hebben van het G s ramp-

HOOFDST.

lx!.