Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOrDST.

LXXü.

;

]

< i

c

t

h

Ti II V

u

g

a n: w ir v k <3

28 REIZE VAN DEN

kender en edeler in onze werkplaatzen , daa

in alle de huisgezinnen van Griekenland? .

Ln de oogen der Natuur , hervattede ik, is niets fchoou , niets leelijk, alles is volmaakte 3rde. Zij bekommert zich weinig, of 'er uit baare ontelbaare verbindingen eene geftalte rijst, die alle de volmaaktheden of alle de ge* treken vertoont, welke wij in het menfchelij. te ligchaam aanwijzen; haar eenig doel is de )vereenftemming te bewaaren , die, door ontichtbaare fchakels de kleenfte deelen aan het ieelal dat groote geheel , verbindende, de:elve rustig opvoert tot het groote einddoel, Eerbiedig daarom haare werken , die van zulk ;enen verheven aard zijn, dat de minfte opnerking u meer wenzenlijk fchoon zou ontlekken in een kerfdiertjen , dan in dit ftan^. ieeld,"

Verontwaardigd over den laster, dien ik in et bijzijn der Godinne uitfprak, zeide lijsis iet drift: „ waartoe eenige opmerking, waneer men gedwongen wordt, zich over te geen aan zulken leevendigen indruk? - De

we zou minder zijn, andvvoordde ik, indien ij alleen en zonder deelneming waart, voor

indien gij den naam van den Kunftenaar et kendet. Ik heb de opvolging uwer geaarwordingen naargegaan; gij werd getroffen

den eerfien opflag, en gij fpraakt als een :rftandig man ; aangenaame herinneringen vamen voords in uwen geest op, en gij naamt f taal der drift aan; toen onze jonge Kunfte.

naars.

Sluiten