Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VENERISCHE ZIEKTE. IV. BOEK. I. HOOFTST.

De uitwerkingen van het venerisch gift, indé masfi der vochten opgenomen, en de daar op volgende toevallen, zijn zeer meenigvuldig, en in de verfchillende lichaamen zeer onderfcheiden* Het is,-daarom moeijelijk eene volledige befchrijving der Venus ziekte te geven*

De eerlle werkingen van het ingezogen gift* Vertoonen zig aan de keel, of op de huid; de volgende werkingen op de inwendige dèelem

In de keel, aan het .verhemelte, en de. binnenzijde van den mond; voornamelijk aan het ..lelieken in de keel, en de amandelen, zomwijlen ook aan de tong, ontftaan .eeltachtige, witte zweeren. Deeze zweeren zijn doorgaans niet zeer pijnlijk, noodzaaken den zieken door den neus te fpreken, en hinderen hem, meer of min, in het flikken. Zoekt hij niet fpoedig hulpe, zoo vreeten-, die zweeren in korten tijd rondom heen, vernielen het. lelleken in de keel, entasten de heenderen van het verhemelte en van den neus aan. Deeze beenderen krijgen een bederf, en gaan bij brokken veriooren, waar mede een ondraaglijke ft :nk uit den neus gepaart gaat.

Aan de huid vertoonen zig de uitwerkingen van het.ingezogen venerisch gift door vlekken, fcheuren, en uit/lag van allerlei aart. De vlekken ontftaan meest op de borst, naar de kant van den oxel toe, en op den rug, tusfchen de fchouV a de-