is toegevoegd aan je favorieten.

Geographische historie van den mensch en der alom verbreidde viervoetige dieren.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De BEER. 329

ir58) De VEELVRAAT (*>

Tot den, in het jfte Deel 2de Stuk, aangehaalder] , voege ik nog het volgende bij.

De lengte des diers over de twee voet 5 laag van beenen; fterk behaard. De fnuit, de kop tot aan de oogen, en midden op den rug eene groote vlek; zijn glanzig bruin, (bij anderen is dit alles donker, fta lkleurig, golfswijze zonder deezen vlek) met wit overlopen * de overige hairen caftanjebruift. De ftaart kort bosichig, en regt. Een fterk, roofzuchtig doch leerzaam dier.

160) De QUICKHATCH. De WOLVERENE (f).

Dit dier heef , (wanneer men de Buffonsche Figuur van den Veelvraat, en die van E d-

wa rds

(*) Urfus (Gulo) Sc 11 ree. Saugth. III. p. 525. Tab. 144.

Klein Qaadrup. Dispof. p. 83. Tab. 5. Geogr.

Dierk. ifte Deel 2de S. p. 167. benevens derzelver verfcheidenheden eö verbreiding.

1') Urfus (Iuscus) cauda elongata (dit woord elongata ftaat hier volgens mijne gedachten niet goed, kij heeft naauwlijks een middilmatigen langen ftaart ; longiore ware bepaalder.) Corpore ferrugineo , noftro fusco , fronte piagaque laterali corporis , longitudinali pallida. Linn. XII. p. 5u ërxl.p. 167.

Uifus (freti hudfonis) caflanei coloris, cauda unicolore, roftro pedibusque nigris. Brisson Regn. Anim. I. p. 260. Edit. Paris.

The Quickhaich or Wolverene. Edwards Birds H. Tab. 104.

Wolverene Penn. Syn. p. 195. Tab. 20.