Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TOONEELSPEL. 27 TWEEDE BEDRYF.

EERSTE TOONEEL.

BARNEWEL.

Zie daar't vcrblyf, dc wieg van myne kindfche dagen, Die, ia myn tedrc jeugd, myne onfchuld kon behagen, Waar 's eedlcn meesters zorg my fteeds verbonden heeft, En waar ik lang in vrede en deugdzaam heb geleefd! 'k Moet thans dit oord ontgaan... 'k moet me alles hier onttrekHelaas! zou ik dit huis, zó eerbiedwaard', bevlekken ? (ken: Hoe zou ik, niet bevreesd om 't geen ik heb begaan, Het oog van Sorrington en van myn' vrind weêrftaan? Hoe zou ik Lucia, die fchoone, kunnen tergen ? Laat ik myn wangedrag en myne fchand' verbergen By 't wreede voorwerp, dat voorzeker my te méér, Om 't geen ik voor haar deed, moet minnen dezen keer. Myn liefde en ongeluk, 't llcept me alles aan haar voeten : Ik zal, vrywillig flaaf, myn keten torsfehen moeten. Wat zeg ik! heilryk noch, zo my, tot laatften flag, Myn boei niet word ontrukt door een ontmenscht gezag!.. Ontzinde! ach! keert myn ziel, zó verr' verleid, niet weder ? Hoe! ik bemerk den poel, en ftort 'er my in neder! Wel! verr' dat ik dien vreeze, en my dus zou behoên, Vloek ik de hand, die my hem wil vermyden doen...

Van

Sluiten