Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tl. Afdeel.

V. Hoofdstuk.

Die kleverig of Lymerig is i

124 Keizelige of

dat aan eene opvulling der vooze zelffcandigheid door een Keywordend Vogt fchynt toe te fchryven. Evenwel zal dit geen enkel helder Vogt zyn geweest, maar een Vogt met een aanmevkelyke veelheid Kleijige deelen bezwangerd.

Ook begrypt zyn Ed. de noodzaaklykheid hier van, met in de tweede plaats te onderftellen ; dat deeze vloeibaare Stoffe kleverig of lymerig moet geweest en allengs Lymeriger geworden zyn. Hier toe brengt hy het getuigenis by van Gassehdi,door wien waargenomen was, dat de Keyfteenen in 't Water uit eene Lilachtige, weeke, handelbaare Stoffe , voortkwamen. Veel nader hadt zyn Ed. , zulks kunnen bevestigen door de Waarneemingen van Tournefort in Provence en van Bertrand in 't Kanton Bern, die in Beeken ronde fnybaare Klonten vonden; welke in de Lugt verhardden tot Keyfteenen. Maar, hierdoor floot hy zyn eigen denkbeeld om verre. Het moet als dan een foort van Deeg zyn, aanmerkelyk overeenkomende met het gene daar men Porfelein van bakt: welks vorming uit Kley de geboorte der Keizelen veel opheldert (a). Zulk een Lymerige Stoffe, nu, meende hy beweezen te hebben, dat

in

(«) Zie dien aangaande het voorgaande II. Stuk , bladz, 504*, enz.

Sluiten