is toegevoegd aan uw favorieten.

Natuurlyke historie of Uitvoerige beschryving der [...] mineraalen [...]. Derde deels, derde stuk. De steenen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Edelb Steenen. 423

moet zyn van Steenen, om die dus door kra zen te bederven.

Dat 'Plinibs aanmerkt, hoe alle Ede Steenen door het kooken in Honig glanzigt worden (»), heeft geen de minfte onwaai fchynlykheid: alzo hy 'er by voegt, dat me geen fchcrper Vogten daar toe gebruike moet. Ik vind geen reden om te denken, di hy het Oog gehad hebbe op de verbeterin der inwendige gebreken van deezé Steenen door het gedagte opkooken. 't Is wel waai dat hy vooraf gezegd hadt, hoe groote Aarc fchollen uit Arabie zeven Etmaalen in Honl gekookt werden ; doch daar voegt hy by dat hier door al bet Aardige en gebrekkelyk weggenomen werdt, zo dat zig de Aders er Kleuren daar in zeer fraay vertoonden: waai mede by een Soort van Achaaten, of moog' lyk Onyx Sardonyx, fchynt te bedoelen. 1} geloof niet, dat hy iets anders op 't Oog gehad hebbe, gelyk de Heer Brückmann zig verbeeldt (y).

Die zelfde Natuurbefchryver fpreekt omftandig van de manieren , welken de Ouden, gebruikten tot vervalfching of namaaking der

Ede.

(it) Onnes Gemmse Meilis decoftu nitescunt, yrecipue Corlici, in omni alio ufu acriora abhorrentes. Hili Slat. Lite. XXXV11. Caj>. 12.

(s~) Abkandi. von Edeljteinen. j>. jj,

Dd4

III. Dsei. III. Stok.

t- II.

VIL [e Hcoid-

STUK.

•r _ Zuivering.

n n

it

l » 1

r ■>

t ■

Maniet ran nanaaking.