Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

be Tin-Ertsen.

van veelerley foort. Zy verfchillen zeer weinig van de Tingraupen, dan dar de Kryftallen zeer klein zyn , en gemeenlyk wat bepaalds in hunne geftalte hebben. De rykheid van deeze Erts is verfehillende, naar dat 'er meer ' of minder Kryflalletjes in de Stoffe zyn vervat, naar dat ook die meer of minder zuiver zyn. Op de breuk vallen zy fomtyds gatig of ftraalig, fomtyds vast aan een Steen en onder elkander famengegroeid ; fomtyds geheel los , hoewel men het dan geen Tinzwitter noemt, maar Tinzand, dat waarfchynlyk uit affpoeling deezer Kryflalletjes van een Tin - Ader beftaat, en door de Kryftallyne figuur van het eigentlyke Tinzand onderfcheiden is.

De Kleur deezer Kryftallen is verfehillende, nu geelachtig , dan roodachtig ; ook bruin f zwart en bont, ja zelfs byna wit. Zy vallen of in regthoekige korte Staafjes met afgefneeden kanten , met agttien zydvlakten; 't welk de gewoonlykfte geftalte is, of in vierzydige, eenigermaate puntig, Prismatieke Zwitter ge. naamd, ook taumelyk gemeen, of in vierzydige dubbelde Pieramieden , met geknotté Hoeken , die vry groot voorkomen, of veelhoekig en veelzydig van onbepaalde geftalte; gelyk men de Zwitter op veele plaatfen aantreft, voornaamelyk in Saxen en Bohemen, van waar ik fchoone Stukken heb. Inzonderheid komt zy zeer aartig Laagswyze voor, in B a dat

III. Duel. V. Stuk.

Hl

AfDKM,, XXIII. H ooruil UK.

TinZwitteT.

Sluiten