Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE HAND DER WRAKE. 29 ZEVENTIEN D E T O ONE EL.

de vorige n. seebag.

oude opperj. Wel, goeden dag, heer pas. toor!

zeck. Ik groet n. Ik geef u noch tyd, u te bedenken , en het welzyn uwer kinderen te overwegen."

warb. Daarover valt niets meer te bedenken niets meer te overwegen. EIou God voor oogen en heb hem lief; hoed u voor iederen onrechtvaardig verdienden penning, zeide myn vader, toen zyne oogen reeds gebroken waren, en deze nalatenfchap is myn geheele katechismus. Wat myne kinderen betreft, ik zal hen met goede voorbeelden voorgaan, ik zal hen tot arbeid en deugd opbrengen, dan zullen zy, ook zonder een' koperen duit van my, door de waereld komen Wurdcn zy deugenieten, dan naar het tuchthuis met hen : daar kunnen zy hun brood, by het fpinnewiel verdienen , geen kwaad in de maatfehappy berokke• nen , en daarmee afgedaan. Belieft gy „iets te gebruiken ?

zeck. Zeer verpligt. Uw dienaar. (Hy vertrekt.)

warb. Ga maar heen. Foei! ik wilde my niet driftig maken , en toch

oude opperj. Maar, lieve zoon! hoe gy ook aanftonds opvliegt, en wat zondige taal is dat? myne kleinkinderen in het tuchthuis! 1

warb. Lieve moeder, ik ben maar niet anders,

en

Sluiten