Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 77 )

©m dus te fpreken, aen den voetzool ge.

eindigt,

§ 28.

Deze enkel ligchaemlijke teekens § 24. volgen na hare § 26. trapswijs tijdperken ia de deelen van het-ligchaem, in dezer voege.

i°. Het AENGEzrcuT vertoont zich in het begin bleek, ingevallen, dikwerf geheel ziek. lijk en treurig , in het middsn > is het naer den trap der kwellende indrukfelen geftadig in kleur, aen verandering onderhevig, daer het zich nu rood en verhit, dan wederom bleek en ingevallen vertoont,- doch in het einde is het opgezet, meestal loodkleurig en met klam zweet als overgoten.

2*. Het voorhoofd is in het begin droog, natuurlijk warm en met benepen trekken van treurigheid geplooit; in het midden is het flap, zweeterig, op de aenraking zeer verhit en met afwisfelende trekken van zwaermoedig* heid en van eene innerlijke beroering gëtee. kend; in het eindt koud, met klam zweet tls

over*

Sluiten