Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 9 )

Maatfchappij, en van de Maatfchappij zelve, een weinig nader ohtwikkèle.

Als daden fpreeken, als men zich op daadzaken beroepen kan, dan zijn 'ef niet veel woorden noodig, om menfchen, die gezond natuurlijk verftand hebben, van eene klaarblijklijke waarheid te óverreeden, waar tegen zij voóroordeelen hebben. Menfchen die zich in hunne voóroordeelen gekuipt hebben, die, als kwaadwilligen, voorgenomen hebben, alles wat tegen hunne denkwijze aanloopt met euvelmoed te keer te gaan, al is liet tegen hun reden en ge wee ten; dezen zijn cn blijven voorwerpen van medelijden voor den waaren Menichenyriend, die, hoe gaarn hij hun wilde verlichten en verbeteren, geen kans ziet, geen weg weet, tot dit einde. Indien toch gezonde, _ cenvouwigé, Waarblijkende redenen, die ontegehfpreeklijke waarheid ten grond* flag hebben, bij hun niet gelden, wat is 'er dan aan hun te doen?

Daadzaken nu, fpreeken zoo [ftérk voor het edel doel der Maatfchappij: tot Nut van 't Algemeen ,\als in eenige meafchentaal, op dezen aardbol, eenig mensch fpreeken kan. Ik weet het, en bejammer het dat elke Nederlandfche Man, dat iedere Nederlandfche Vrouwe, het niet even zoo goed weet, wat gemelde Maatfchappij, federt haare oprichting, reeds heeft uitgevoerd.

Laat mij toe, eer ik voord ga, te zeggen, dat alle de werkjens door haar uitgegeven, geenen Chsisten, hoedanig hij ook denkt, beleedigd hebben, ofhebben A 5 kun-

Sluiten