Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 37 )

Goddelijke menfchenliefde in ons hart te planten ? Het is volmaakt overeenftemmend met dat grbot gebod der liefde „ Gij zult uwen „ naasten liefhebben, als uzelven," en Zie „ niet alleen op uzelven , maar ook op het ,, geen eenes anderen is." Liefde, menfchenliefde leert het ons, in alle hare uitgeftrektheid , in alle hare takken, en graden; ja, het vormt zelfs ons hart tot eene edele onbaatzugtigheid en grootmoedigheid. En kan het ook wel anders zijn*, daar de grootfte, de tederfte menfchenvriend, die ooit op aarde leefde, het ons geleerd, en zijn zin , zijn' geest, zijn beeld in hetzelve afgedrukt heeft? O, wie iets van dezen zin onzes Heeren heeft, zal niet tevreden zijn, zo zijne medemenfchen niet zoo wel in Gods vaderliefde deelen, van Gods vaderliefde allerlei ligcbaamlijke en geestlijke behoeften ontvangen , als hij; en daarom —— vuurig zal hij bidden voor anderen, vuurig zal hij danken, wanneer zijn liefdegebed verhoord wordt.

Hetgeen ik gezegd heb over dit overheerlijk gebed M. T. is weinig — ik gevoel het zelf f maar wie kan alles, wat er over gezegd kan worden, zeggen? -— Maar,ik vleie mij C 3 toch,

Sluiten