Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§20 GEDENKWAARDIGHEDEN"

den naam van Menfchen Zoon, dewijl Hij, niet ge» lijk die Konirgen , die voorheen onder het beeld van woeste dieren vertoond waren , regeeren zoude, maar, als een Mensch, menfeheliik, billijk, wijs en goed. Diezelfde messüs was ps. II. als zoon van god gekenmerkt, en ps. CX. was voorfpeld, dat Hij aan Gods rechtehand zitten, dat is nevens God in zijnen naam regeeren zoude. Dus legt jet sus hier een allergewichtigst getuigenis van zich zeiven af, dat Hij waarlijk die, door de Profeten aangekondigde Zoon des menfchen., MEssias en Gods Zoo,n was; en verzekert hun, dat zij van nu Voortaan de geduchtfie blijken van zijne heerfchappij over alles zien, en de uitwerkfels van zijne richterlijke vqnnisfen ondervinden zouden. Dit bevestigt Hij met den Hem voorgehouden eed , en hier op wil Hij fterven. En dat zegt die jesus , die hier thans, als, eep gevangen Man, voor aardfche Richters ftaat. 6 Christen ! Zie uwen Verlosfer met diepen eerbied aan. Gods Zoon heeft om U, als een Menfchenkind geleden. De van God beftemde Wereldrichter heeft zich laten te recht ftellen voor eenen machteloozen Joodfchen Gerechtsraad. Belijd Hem met een dankbaar hart, als uwen Verlosfer, hoe ook dit getuigenis den Grieken eene dwaas? heid en den Jood eene ergernis zij! H.]

Nu fcheurde de Hoogepriefler zijne kleederen , (gelijk de Joden plagten te doen tot een teken, van droefheid over, ofverfijeijingvan eene zaak,) en riep: Hij heeft God gelasterd, (terwijl hij zich voor den V es si as, voor den Zoon van God, uitgeven, en zjch $qn de Godheid gelijk fielten wil,) wat hebben

Sluiten