Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3^

ËMiLÈ óf Verhandeling

na oiimooglijk dat ze gelukt (g), dewijl de farrieü* loop, van al 't geen tot die gelukking vereischt wordt j Van niemand afhangt. Alles waar toe men, door' overmaat van zorgen, kan geraaken, is wat meer' of min naby het doeleinde te komen, maar om 't zelve te bereiken moet men 't goed geluk te baat hebben (//)•

(g) In alle opzichten en volkomen gelukken zoude, moest hier gezegd zijn. Een verftandig opvoeder kan voorzeker, tot een'hoogen graad, dezen famenloop regelen, gelijk uit het geene volgt nader blyken zal. Ehlers. Campe.

(li) Een doeleinde, 't welk, zondereen byzonder toeval des geluks, gemeenlijk niet bereikt kan worden, is geen doel dat met behoorlijk overleg vastgeffeld is. Een verftandig opvoeder heeft wel idealen der volkomenheid voor oogen, maar hy maakt haar het doeleinde niet dat hy be. reiken wil. Ehlers.

Rousseau fpreekt hier van geen byzonder toeval des ge. luks, maaralleen Van goed geluk, of gunftige famenloop Van omftandigheden, in zoo verre deze over 't algemeen niet van ons afhangen; en hier in moet ik hem volkomen recht geven. Stuve*

En ik ben van gedagten, dat de wyze opvoeder ook het ideaal der volkomenheid, 'twelk hy zich voorgefteld heeft^ volftrekt tot het doeleinde zyner poogingen mag en moet lïellen, zelfs wanneer hymetveelewaarfchijnlijkheidvoor. tit ziet, dat hy zeer bezwaarlijk het zelve ooit bereiken zal. Hy zoekt het te naderen, zoo veel hy kan, en denkt,dat wie naar de volkomenheid ftreeft, haar ten minften a!» tijd eenigszins nader komt. Gam#e..

Sluiten