Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE HEBREEN. HOOFDD. IV: VS. 2. 239

gelie verkondigd, gelijk als hun : Met andere woorden; „ want ook ons is de belofte van in zijne ruste in te gaan, bekend gemaakt, „ gelijk dezelve aan hun is bekend gemaakt." — Het blijkt dus, dat Paulus , om zijn oogmerk te bereiken, niet anders, dan op deze wijze, heeft moeten fchrijven.

Intusschen, ontbreekt het niet, ten aanzien der onderftelling, „ dat, ook onder het „ Oud Verbond, de belofte van eeuwige zaj, ligheid is "bekend geweest," aan tegenbedenkingen , die vrij gewigtig fchijnen. Daarenboven , wanneer men de gefchiedenis raadpleegt , dan fchijnt Israël alleen de belofte van het vruchtbaar Kanaan, als een land ter inwoning, aan dat volk toegezegd, door vrees en ongeloof, verfmaad te hebben, met dat gevolg, dat het, van de ruste in hetzelve, uitgefloten werdt. „ Is het één en „ ander waarheid, (zegt men,) dan kan de „ Apostel, hier ter plaats, de belofte, van in te gaan in de eeuwige ruste, aan dat „ volk niet toegekend hebben."

Deze bedenkingen geven aanleiding, tot de volgende vragen :

Is aan Israël de leere der zaligheid, en derhalven , de belofte, van in te gaan, in de eeuwige ruste, bekend geweest? Zo ja! was er dan, tusfehen de belofte van

die

Sluiten