is toegevoegd aan je favorieten.

Verklaaring van den brief aan de Hebreen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de hebreen. hoofdd. V: vs. ii. 177

daardheid, die gezetheid, die ootmoedige ,, leergierigheid, welke er verëischt wordt,

bij zulk eenen, die, in de kennis der ge„ openbaarde waarheden, gelukkig zal toene„ men."

Uit de vergelijking van deze woorden, met hetgeen wij, hier, lezen, blijkt ten klaarften, dat wij ook, in deze, den Hebreen bcfchamende, herinnering , aan de Euangelieleere te denken hebben, doch, onderfcheiden• lijk befchouwd , ten aanzien van de eerfte waarheden , als melk, ten aanzien van de meer verhevene leerftukken, als vaste fpijze.

En, waren de Korinthiërs voor deze laat- dcccxvii. ften, wegens hunne vleeschlijke gezindheid, ^e"^a^n niet vatbaar, het is een foortgelijk gebrek, g» geworhetwelk Paulus den Hebreën te last legt: Gij a^ zijt geworden, zegt hij, als die melk van mode cnz, hebben, en niet vaste fpijze.

Zoodanigen waren zij geworden, en wel, door hun eigen fchuld. Wanneer zij, eerst, overgingen tot het Christendom, hadden zij de melk, de eerfte waarheden van het Euangelie, nodig: toen zou vaste fpijze, het verheven deel der leere van Christus , hun niet gevoegd hebben. Het was, in dien eerften tijd, genoeg, dat zij, als nieuwgeboren kinderen , begerig waren naar de redelijke en onverM valsch-