is toegevoegd aan uw favorieten.

Verklaaring van den brief aan de Hebreen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE HEBREEN. HOOFDD. VIII: VS. 7— 13. IOQ

Euangelie is, zoo velen als er naar dezen regel zullen wandelen, over dezelve zal zijn vrede en barmhartigheid. — Zonder heiligmaking zal niemand den Heere zien. 't Zijn deze, en diergelijke voorftellen, waar in wij dat gene kunnen opmerken, 't welk tot het wezen van een Verbond behoort, beloften en voorwaarden. — Ondertusfchen, 't geen nu eigen is aan dit nieuw Verbond, en dienen moet, om het, voor altoos, te bevestigen, is dit, God fchrijft zijn wet in het hart: hij geeft, gelijk er is bij Ezechicl, XXXVI: 26. aan menfehen een nieuw hart, en een nieuwen geest, met dit gevolg, dat zij in zijne inzettingen wandelen, dezelve bewaren en doen. Zoo maakt hij, dat zij, in eenen weg van Euangelifche gehoorzaamheid, de vervulling der beloften van het Euangelie nu en namaals verkrijgen.

Dit zij genoeg, ter beantwoording van de eerfte vraag; de tweede was deze: ,, of dit , ,, nieuw Verbond het zelfde zij met het geen ,, wij gewoon zijn, het Genadeverbond te „ noemen, dan of het daar van onderfchei- ' „ den zjj?" j

Wij fpreken , gelijk voorheen is aange- , merkt, in onze Godgeleerdheid, van een Genadeverbond , en leeren, dat het al zeer ' vroeg, met den gevallen mensch is opge-

richt.

MCCXXX.

O h dit V. V. hit sel/de, ais t geen wij \ewoon lijn, 't Geladever)ond te wemen ?