Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dë hebreen. hoofdd. IX: vs. 15. 2^t

voor al in het laatfte der dagen, betoonen den gezalfden Koning over Zion te zijn, wanneer hij, uit kracht van dit Verbond, het thans nog verlaten Israël weder aannemen, en met de uitnemendfte zegeningen begunftigen zal.

Vraagt men eindelijk, wat hij eens verrichten zal, om het heerlijk oogmerk van dit Verbond, voor de gantfche Kerk, daar te ftellen? Ik antwoorde, hij zal haar, ten genen dage, invoeren in de hemelfche ervenis. Om die groote zaligheid, in de voleinding der eeuwen, aan allen die geloven, toetebrengen, daar toe heeft God dit Nieuw Verbond met de Kerk opgericht, en hij heeft de uitvoering, daar van, gefield in de hand des Middelaars, die in den jongften aller dagen, als richter zal verfchijnen, en alle de verlosten zijner heerlijkheid deelachtig maken.

Het tweede, 't welk wij in aanmerking moesten nemen, was dit: ,, In welk eene ,, uitgebreidheid, ten aanzien van menfehen, 5, wij Christus Middelaarsbediening te be5, fchouwen hebben?" 't is nodig hier op te letten, om eene, anderzins gewigtige, zwarigheid wegtenemen.

De zwarigheid is deze: ,, Christus is ,, Middelaar van het Nieuw Verbond, en „ dat Nieuw Verbond is opgericht met de „ Israëlitifche Kerk. Maar nu, de gelovi*

VI. Deel. Q gen,

Sluiten