Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3.16* VERKLARING VAN DEN BRIEF AAN

zijner fchapen, ook de duizenden der Engelen moeten dienstbaar zijn.

Dan, wij mogen hier ook opmerken, dat Paulus hem, volgends het Grieksch, met een bijzonderen nadruk, dus betijtelt: 'cis hier, den Herder der fchapen , den grooten. Met dus te fpreken, fchijnt hij de aandacht der Hebreen te bepalen , bij het Profeetisch woord, waarin de MessiSs, als de Herder zijns volks aan de Kerk beloofd wordt. Denken wij hier aan de Godfpraak bij EzEcmè'l, H. XXXIV. Ik zal een eenigen Herder over hen verwekken, mijnen knecht David , die zal hen weiden, en hij zal hun tot een Herder zijn. Dus ook bij Jesaïa , H. XL. Hij zal zijne kudde weiden, gelijk een Herder. Godfpraken, die de Heiland, vrij duidelijk, op zich zeiven toepast, Joh. X. daar hij zich verklaart de goede Herder te zijn ; met bijvoeging van iets, 't geen hem, bijzonder, als dien grooten Herder, aan de Oude Kerk beloofd, openbaar maakt. In het LUI. H. van Jesaïa,

zegt de Kerk : Wij dwaalden allen als fchapen , en keerden ons, een iegelijk naar zijnen weg. Maar zij geeft te kennen, er was een Herder, die deze fchapen opzocht, om dezelve van den dood en hei verderf te bevrijden ; doch die even daar door zich zei ven in het uiterst gevaar bracht: dus vervolgt

zij:

Sluiten