Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DER VADERLYKE LIEFDE. 27

ling. Ik gis fchicr , dat hy ons daarom niets wil zeggen, om ons te grooter vreugd te kunnen verwekken, wanneer hy my myn' zoon zelf onverwacht hier brengt.

JULIA.

Dat kan ook wel zyn, lieve moeder. Geen grooter genoegen zou ik kunnen genieten. Misfchien heeft hy het den foldaat verboden, om ons iets te zeggen. Mev. VAN WACHTERFELD.

Wie komt daar ?

TIENDE T O O N E E L. DE VORIGEN, PREDERIK.

F R E D E R IK.

Ik bid u, vergeef het my, mevrouw, maar ik zoek hier een meisje , dat in uw' dienst moet zyn •, zy heet Doonje; waar kan ik haar vinden?

MeV. VAN WACHTERFELD.

Naar Doortje vraagt gy, mynheer? ja, die is in myn' dienst. Maar wie zyt gy, mynheer ? en wat is uw begeeren ?

FREDERI K.

Ik ben een officier, die van zyn' tienden veldtocht te rug keert. Ik zocht het meisje by haren vader ; maar men zeide my, dat zy in uw huis woonde.

Mev.

Sluiten