Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< 3* >

„ te zamen moeten maaken, om aan de persfing van „ het«water den mooglijk grootften tegenftand te bieden.'*

§. 4°-

Gaarne doen wij de echte mathematifche kortheid en elegancie hulde, waarmede de Hr s tr^Ibbk dit voorftel heeft opgelosd. Echter kannen wij niet voorbij hier aantemerken, dat de aldus bepaalde hoek eigenlijk niet den ftand aanwijst, in welken Huisdeuren den mooglijk grootften tegenftand aan de persfing van het water bieden, maar dien ftand, waarin de kracht welke de eene deur oeffenen moet om de andere aan den aanflag te fchooren een kleinfte word, gelijk zulks uit onze eerfte Afdeeling (§. 14, vergeleken met §.7.) onbetwistbaar blijkt.

De reden waarom deeze oplosfing niet ten vollen aan het vraagftuk voldoet, meenen wij gelegen te zijn in de ( §. 39.) aangehaalde onderftelling des Schrijvers omtrent het fterker worden van den tegenftand in reden der aangroeijing des finus van den hoek ABC, welke onderftelling ons geenszins aanneemlijk voorkomt. Want daar de finusfen van ftompe hoeken grooter worden naar maate die hoeken minder ftomp zijn, of meer den rechten hoek naderen-, dat is in ons geval naar maate de hoek aan de grondlijn grooter word ; daar de breedte der deuren insgelijks met den laatstgemelden hoek aangroeijt (§. 11.) en daar in het tegendeel, gelijk de Schrijver te recht onderfteld heeft, het weêrftandbiedend vermogen, of de tegenftand eener Huisdeur in de vierkante reden van derzelver breedte afneemt ; zo zien wij niet in, hoe men aanneemen kunne , dat de tegenftand met den finus van den hoek ABC

groo-

Sluiten