is toegevoegd aan uw favorieten.

Poëtische mengelstoffen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MENGELSTOFFEN. 105 D E

STERVENDE

ZEEMAN.

8 CjTodikomt mij te hulp,waar word ik heen gedreeven, Gelegen op een plank, roep ik in deeze nood, Tot u om hulp, ó Heer, mijn Zonden die zijn groot,

Ontferm u over mij, en wilt ze mij vergeeven,

Ik bid zoo 't weezen kan, behouwd mij in het leven, Doch zoo het niet kan zijn, verhaast dan mijnen dood, Maar ik hergrijp mijn moed, en zal, wat gij befloot,

Geduldig draagen, en in 't minst niet wederftreeven.

Mijn noodlot is zeer hard, en valt mij wel zeer ftraf, Ik leg als levendig gedompelt in het graf, Van koude, angst en fchrik, voel 'k al mijn leden beeven.

Mijn' handen zijn verftijft, den honger mij ftaag kweld, De wind die wakkerd op, ik beef voor het geweld Derbaaren, Hemel! Ach! ik fterf, ja, ik moet fneeven...".

W. C. Jfc. G s HET