Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over 2 Sam. XXIV: 12 — 14,. 31

den, wanneer Hij de weêrfpannige menfchen wil aantasten; dan gebruikt Hij doorgaands één van deeze drie plaagen, of den hongersnood, die hen beroofd van de middelen voor hun levensonderhoud ; of den oorlog , die hen door de fcherpte des zwaards den dood aanbrengt; of de befmettelijke pest, die hen het vergif in hart en ingewanden overbrengt.

Moet ik u hier deze drie geesfelroeden voorftellen ? moet ik daarvan de akelige fchilderijen voor u ophangen? — Helaas! wij zouden ons kunnen verfchoonen van deezen taak , door de droevige kennis, die gij zelve aan deeze rampen hebt. En uwe eigen oogen hebben u daarvan meerder geleerd, dan v/ij in ftaat zouden zijn u

daarvan te verhaalen, Immers, wat den

hongersnood betreft; hij doorknaagtzedert een jaar de ingewanden van Vranke.ijk, en heeft hetzelve in zulk eenen kwijnenden en uitgeteerden toeftand gebragt, dat de ftraaten in de fleden, en de wegen op het land, geheel als bedekt fchijnen met voorwerpen van afgrijzen en mededoogen. Mea hoort fchier niets dan het geroep der armen, het kénüeii der zieken , de zuchtingen der ftervenden, die hunne ziel, onder de bezwijming van een dor en uitgeteerd ligchaam, uitblaazen; en die alle te Kamen een fchouvvfpel opleeveren, welk den verhardften

mensch

Sluiten