Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de roemzucht.

5

zangrei, en luistert niet naar het klaagen dier deugd, welke hy zo teder bemint ? donne , dorset , dryden en rochester (f) zyn niet meer; en de grootfte v-yand der boosheid is in addison de aarde ontvlucht, congreve (g), met welverdiende lauweren bekroond, zit aan den eindpaal der renbaan, en ziet glimplachende naar de andere loopers. Hy wil niet fchryven , en — Goden! wien zou dit niet ergeren V —. hy wil niet, en m/evius wil fchryven.

Waar zullen wy in deeze dubbele fmart, een' Schryver vinden, die, met befcheiden moed en geftren» ge zachtheid, het glansryke fpoor van den Romeinfchan Hoveling (h) betreedt, en de heerfchende dwaasheid op eene treffende wyze dood lagcht ? Is 'er dan geen verheven vernuft dat de pen wil opvatten , en my, op den oever van het gevaar , redden van flecht te fchryven ? Welaan ; hoe vruchteloos dan ook myne pooging zy , evenwel zal ik myne Item trachten te verheffen. Wat onderneemen menfchen niet al, enkel ter liefde van den heiligen (») roeml

Liefds

toen young dit fchreef, nog zyn kater beroemde werken j}iet uitgegeeven. (ƒ) Allen beroemde Engelfche Hekeldichters»

(g) Congreve is by de Britten zeer om zyn blyfpelert Soege:uichd,

(h) Horatius.

(<) Zo onze Dichter hier het oog heeft op 't geen vi*r SiUUS elders van de gouddorst zegt:

Quid non mortalia peftora cogis. Auri facra fames S. .

Acn. III. $6.

dan ziet men ook in welk een' zin het heilige van den. roet» Üet moet worden opgevat.

Sluiten