Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

25 JULIANA VAN LINDORAK; zien. — Zo fprak ik— Uw hart gaf aan de ftem der moeder geen gehoor. Gij beminde hem, en ik liet af. Altoos, altoos zal ik deeze zwakheid beweenen*

juliana,

Genoeg mijne moeder. Verfchoon mij. Ik kan mijnen man niet hooren verachten. — Ook hoe onrechtvaardig — hoe gruwzaam hij jegens mij zij, l/^in ik hem meer dan mijn eigen leven. — Kwaadfpreekendheid heeft zijn hart van mij vervreemd. De waarheid zal het mij wederbrengen. — Om hem — alleen ben ik bekommerd — Hemel, wanneer ik zijne woede ïn eenig gevaar wikkeldei— Hem te laaten naargaan! Mij naarricht van hem te doen brengen ! Dat , fieve moeder, ware een bewijs uwer deelneeming aan mijn lot! dat zoude eene weldaad zijn, die ik nooit zoude vergeeten! — Qzij kuscht haare hand.) Sta mij toe dat ik u verlaate. Ik gaa in eenzaame itilte uitweenen.

mevr. van billdorf.

Ik volge u.

juliana.

Slechs met uwe liefde , beste moeder ! — Het zien uwer traanen zoude niet dan mijnen jammer vermeerderen.

ELFDE T O O N E E L.

mevr. van billdorf, (haar achternaziende.) Ach, mijne dochter — eenige troost van mijnen

ou-

Sluiten