Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over richt. X. 917. 131

De Filiftijnen overheerschten de ftammen bewesten den Jordaan, bijzonder den ftam Juda , terwijl de Ammoniten die Israèliten, die beoosten den Jordaan in Gihdd, en het land, dat wel eer aan de Amoriten ontnomen was, woonden, hetzelfde deeden,dit voegt 'er de Schrijver bijzonder bij, omdat hij eerst van deze overheerfching, *en de verlosfing door jeftha, wil fpreken, eer hij in de bijzonderheden treedt van de Filiftijnfche overheerfching.

vs. 9.] Dit maakte den toeftand der Israëliten nog zorgelijker, dewijl zij ten Westen, de Filiftijnen, te gelijk, op den hals hadden.

vs. 10,] Men denke hier aan eenen algemeenen Bede- en Vastendag.

vs. 11.] Denklijk, door eenen Profeet, ten dien einde gezonden.

vs. n. ZidonitenJ] Deze met de overige Feniciërs fchijnen verbonden te zijn geweest met jaew, den Koning der Kanaaniten. richt. IV. — Maöniten. Dezen zullen de Mineërs der Grieken zijn, volgends fommigen, doch het fchijnt, dat men Midianiten moet lezen, en dat 'er gedoeld wordt op de overwinning, door gideön behaald, richt. VIII.

vs'. 17.] Toen de Israëliten zich tot hunnen God bekeerden, vatten zij weder moed, en maakten bewegingen, om de vorige Vryheid te hernemen. — Op het eerfte bericht daar van, vielen de Ammoniten met hun leger in Gilead, alwaar de Israèliten, naar het fchijnt, in beweging waren. — Mizpa, eene aanzienlijke ftad in Gilead, op eene hoogte gelegen.

IK 4] vs. 18.]

Sluiten