is toegevoegd aan uw favorieten.

Geschiedenis van graaf Willem van Holland, roomsch koning.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

428 Zevende Hoofpddeel

Bentheim en de Heer van Tellingen hadden wel in 1240, als icheidsrichters ingeroepen zynde over een verichil tusfchen den Abt van Middelburg en Hendrik en Boudewyn Zoonen van Marina, beflist dat een Tiende in Meliskerk, te vooren door hun Broederszoon, die kinderloos overleeden was, van den Abt te leen gehouden , door hen voortaan zoude bezeten worden, gelyk zy hierop meenden recht te hebben: doch dat zy aan den Abt, die de te rug valling der Tiende aan zyn Klooster ftaande hieldt, 'er 50 Ponden Vlaamseh voor zouden ter hand ftellen ( a > Dan, toen 12 jaaren kater de jongfte deezer Broederen, insgelyks zonder Zoonen na te laaten, geftorven was, verklaarde de ande1e, dat hy Boudewyns Tiende, die nu vol. gens de rechten en gewoontens van zyn Vaderland aan de Abdy te rug was gevallen , voor zich niet zoude eisfehen (b).

Men zag evenwel reeds menigmaalen van de ftrengheid van het Leenrecht in de opvolging, uit byzondere geneegenheid voor een-' Vafal, ten voordeele der Naastbeftaanden af (e). Even eens ging het met die der

Doch-

(a) Kluit 481. (O Kluit 605.

CO Zie behalven de rèèdi aangehaalde voorbeelden # «ok ons II D. 329 en 33?,