is toegevoegd aan uw favorieten.

Korte aanmerkingen over het Oude Testament. Voor ongeleerden.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over psalm XL. 207

„ Betere- verklaaring weet ik ook niet, maar wil liever niets vastftellen, dan nieuwe zwaariglieden daardoor in te brengen in de gewigtigfte leerftukken." — De meeste Uitleggers, die de aanleidende gelegenheid van dezen psalm hebben nagefpoord, ftellén die in davids vlucht voor absalom, fchoon zij verlegen zijn, hoe zij het eerfte gedeelte van den psalm te verftaan hebben. — De Heer v. d. palm heeft, op eene wijze, zijn vernuft en oordeel waardig, eenen geheel nieuwen weg ingeilagen, en, waarnemende, dat het laatfte gedeelte van dezen psalm, vs. 14-18. nog ééns in het Boek der psalmen, psalm LXX. voorkomt, meent hij, dat het eerfte gedeelte, vs. 1-12. een bijzondere, en het laatfte gedeelte, vs. 1418. een andere psalm" zij, fchoon beiden van david; denkende hij, dat het eerfte Dichtüuk behoore tot het feest van davids kroning over geheel Israël, toen hij het rijksverdrag met de Israëliten plegtig bezworen, en op dien grond het rijk aanvaard heeft, z sam. V. 1-3. terwijl het tweede gedeelte of psalm LXX. behoort tot davids vlucht voor absalom. — Verders meent de Heer v. d. palm, dat men, in of na de Babijlonifche gevangenis, deze beide psalmen tot één heeft geftnolten, toen men een lied begeerde, dat Gods goedertieren wonderdaaden, en de zedelijke gefteldheid der Natie van ouds, verhief, en tevens de tegenwoordige omftandigheden des volks affehetfte. Terwijl het 13de vers door een' laater Profeet, toea men de beide psalmen famenfmolt, zal ingevoegd zijn, om tot een' overgang van den éénen tot den anderen te dienen. — Deze gedachten is eea nader

on-