Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over spreuk. XXIV. 27-33. -XXV. i-io. 525

te, dat men een vonnis ontvangende, dat eerbiedig kuste.

vs, 27.] In alles eerst en vooral het nodige en wezenlijke. ——

VS. 33.] hoofdst. VI. io. ii.

HOOFDSTUK XXV.

vs. 1.] Aan hiskü's Hof leefden geleerde en wijze mannen, ook verfcheiden Profeeten. — Deze hebben, waarfchijnlijk op last van dien godvruchten Koning, eene nieuwe verzameling van Spreuken gemaakt, die van salomo hier en daar bewaard waren gebleven.

vs. a.] Daar in betoont God zich bijzonder groot, dat men hem in zijn plan en handelingen niet kan naarfpooren. rom. XI. 33. 34. Maar daar in betoont zich een Koning groot, wanneer hij alles onderzoekt, en zijne plans ontwikkelt, opdat derzelver bedoeling blijke. — „ Zoo lang reprefentanten uit de klasfe der menfchen zijn", fchrijft van vloten , „ verbiedt onze Godsdienst op menfchen te vertrouwen."

vs. 5.] De minfle booze Koningen zijn zulks door hun eigen fchuld, maar, gelijk de gefchiedenis leert, de fchuld ligt meest-al bij fnoode bedienden, en gunftelingen. —

vs, 6. 7.] lukas XIV. 8-11.

vs. 8.] Verzint, eer gij begint.

vs. 9. 10 ] Misbruikt nooit, ten minden niet zonder den hoogden nood, het geheim, dat een vriend u mogt hebben toevertrouwd, fchoon gij 'er u naar kunt fchikken. — Zulk een misbruik zou u bij uwen [iV« 3] vriend

Sluiten