Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DON QUICHOT, &

XI. HOOFDDEEL.

Een aanblik van Mifs townsend.

Buiten de ftad koomende zagen zij twee weg* wiizers: op de eene ftond gefchreven: weg naar Litchfield; op den andere: weg naar Warwick. Dewijl nu wildgoose zoo zeer hunkerde naar de plaats, alwaar Misf townsend zich bevond, als tugwell naar zijn hut, hielden zij beiden hunne oogen gevestigd op deeze wegwijzers; maar door het voorbij ftappen van een groot koppel Coventri/che werkpaarden, die een wolk van ftof verwekten, zagen zij naauwlijks een fraai rijtuig, dat op een fterke draf over den weg fnelde, eer dat het voorbij was.

Daar zat een bejaard heer met zijn vrouw in en eene jonge Juffer, geplaatst aan de zijde voor het portier. De jonge Dame, dak uit vrouwelijke nieuwsgierigheid haar hoofd uit den wagen, en liet (zeker zonder zulks te merken) een fijnen linnen zakdoek vallen; dien wildgoose fchielijk opraapte, en wilde wedergeven, toen hij het merk ziende, ontdekte, dat hij aan Mifs julia townsend toebehoorde. Hij was al te verliefd, om dit voorval niet met eene verdommende verrukking te genieten. Hij bleef daan, als een

beeld,

Sluiten