Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LXXVI.Boek. HISTORIE. 513

eer, voegde hy'er by, zult gy my zien vergaan, 1745/ met myn gantfche Leger, dan dat ik, in den min- ——* jlen flip , zou willen wyken van dit Verdrag. Zo de'Koningin van Hongarye dan, eindelyk, eens vrede maaken wil, nog ben ik gereed, om die, volgens de Hanovèrfche overeenkomst, te tekenen ; doch zo zy ze geheellyk van de hand wyst, zal ik geregtigd zyn, om myne eifchen op haar te verhogen. Breng my ook het laatfte befluit van den Koning van Poolen , dien ik nog eens, voor V laatst, myne vriendfchap aanbiede. Myn vootfpoed maakt my niet op géblaazen. Laat my dan weeten, of hy den oorlog en 't bederf van zyn Land verkiest, boven de Vrede met zyne nabuuren , en de herftelling der ruste in Duitschland Ck).

Zulk dringend fchryven, komende by de ty- XXX. ding der nederlaage te Kesfelsdorf, was oor- DeVredé zaak, dat de Graaf van Harrach, uit den naam der Koninginne van Hongarye , en de Graa- VanWeeye van Bulow en Stubenberg , uit dien des Ko nen, nings van Poolen, als Keurvorst van Saxen, Dr!jsden. zig , behoorlyk gevolmagtigd , fpoedden naar yt" Dresden : daar zy, terftond , in onderhan- Dresdèn,) deling traden met den Pruisilfchen Staatsdie gedoo naar , Graave van Podewils , met wien zy ,ten* haast, overeenkwamen wegens twee Verdragen , die , op den vyfentwintigften van Wintermaand , getekend werden. In het eene , tusfchen de Koningen van Poolen en Pruisfen, als Keurvorften van Saxen en Brandenburg, werden „ de wederzydfche eifchen , welken „ men ten lasten van eikanderen hadt, we-

„ gens

f £) Lettre du Roi de Prusfe du 18 Dsc. 1745. dafis le Recueil de Rousset , Tom. XXI, p. 09.

XIX Deel. Kk

Sluiten