Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

So VOORBERICHT bij des

ge maanden kan geweest zijn; fchoon hij veivolgens onder" de regering Van nero meermalen derwaarts fehijnt wedergekeerd te zijn. Ondertusfchert bleven de Christenen, die geene Joden van oorfprong waren ongemoeid in de Hoofdltad, daar zij allen gskens irt getal aangroeiden, en na de dood van den Keizer ^ die vier Jaren later voorviel, keerden de meeste der uitgewekenen, vooral die 'er hunne hun zen hadden, terug; in welken toeftand de zaken Waren, toert paulus den brief fchreef.

Ten zelfden tijde, wanneer ieder in 't begin van nero's regering 'er vrijheid genoot, en de Joden, door 't voorledene afgefchrikt, zig ftil hielden, was de gedaante, en uiterlijke form van de gemeen-; te aanmerklijk verfchillend, van die, waar in wij dezelve in volgende tijden, en in de twede eeuw aantreffen: Want de Christenen maakten 'er gelijk men uit het XV Cap. kan nagaan, niet één genootfchap uit, maar verfcheidene, die hunne bijzondere opzieners en diaconen fchijnen gehad te hebben, en op onderfcheidene plaatfen hunne Godsdienfrige t'zamerikomften hielden. Dus was 'er eene Vergadering aan 't huis van aquila (Cap. XV: 14;) waar toe vele gelovigen uit de Joden fchijnen behoord te hebben. Bij een ander gedeelte fehijnt urbaxus opziener geweest te zijn, welken paulus vs. 9. bij de groetcnis zijnen medearbeider noemt; tot Welke vergadering veelligt het aanzienlijkfte deel der Christenen uit de Heidenen heeft behoord. asijncritus en flegon met de broeders van hun

ge-

Sluiten