is toegevoegd aan uw favorieten.

Toetse der aanmerkingen van J.M. Boon [...]. Op zekere predikatie Over de bewyzen voor de leer der heilige drieëenheid.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

[ «4 ]

„ zlchtc van onze verfchilftukken met de Jooden, „ moet toeftemmen, dat men beter doet, wanneer „ men hun eerst de Godlykheid van het N. T. be„ wyst, en naderhand deeze verborgenheid uit het ,, N. T. met byvoeginge van het O. T. bloot legt, dan wanneer men dezelve alleen uit het N. T. te„ gen hen bewyst." En hy verraadt de liefdeloosheid van zyn oogmerk, door dien hy het telkens, zoo veel mooglyk, daarheen wringt, om zyne Leezeren in de verbeelding te brengen, dat het Ituk, waar over hy tegen my twist, eene zaak is,die de rechtzinnigheid in de leere raakt. „ Indien het al ge„ beurde," zegt de beroemde Rechtsgeleerde, J. H. Boehmer. , in zyne Verhandeling (b) over het

Keu

hy zich daar omtrent uitdrukke, in zyne Be fcheidene Aan* fpraak bl. 31. „ Want dit weet gy, myne Heeren! dat 11 ik niet van alle en eene iegelyke verbetering onzer Leer.

boeken fpreeke, maar van zulk eene, door welke men „ ons Leerbegrip van dwaalende Hellingen meent te zuiveren. In andere Hukken kunnen verbeteringen plaats vinden, die wy wel zelf maaken, of van mannen van door» zicht met oprechten dank aanneemen." En bl. 34. „ De „ één ontwerpt een ander plan, dan de ander, hy maakt „ eene andere omfchryving van verfcheidene verklaaringen, „ beoordeelt de bewyzen ,of rangfchikt ze,anders, als een „ ander. Dit kan — fomwylen g*ed — misfchien ook fom„ wylen noodig zyn.

(b) Deeze geheele Verhandeling is overwaardig, om, in zonderheid in deezer dagen, daar de Kettermaakery zulk

eens