is toegevoegd aan uw favorieten.

Natuurlyke historie of Uitvoerige beschryving der [...] planten [...]. Tweede deels, dertiende stuk. De grasplanten.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Grasplanten, 431;

hen, beftaat voornaamelyk in eeneKoornftoof, waar in de Graanen, byna gelyk de Bollen by de Bloemisten, in Bakken zo lugtig worden gelegd, dat zy geene Togtmaaking behoeven, moerende alleenlyk door Vuur wel gedroogd zyn , dat tot vernieling van de Eijeren der Schimmel-Diertjes dient (*). Men heeft het Koorn, immers , na verloop van een groote menigte Jaaren , in drooge Kelders, nog onverteerd en goed bevonden.

Behalve het Brood , we'ks overgroote nnttigheid , aangenaamheid en gebruik, iedereen bekend is; heeft men niet minder dienst van het Meel en de Meelbloem, oudtyds genaamd Olyra en Simila, welk laatfte woord aanleiding fchynt gegeven te hebben tot den naam van Semmel in 't Hoogduitfch, welk niet onze Zemelen, maar het Meel daar uit gezift of Bloem van Meel betekent. Dus noemen zy ons Wittebrood, Semmelbrodt, dat met den Latynfchen naam Panis Simïagineus overeenftemt, in 't Franfch Pain de Fleur de Farine , Brood van Meelbloem; terwyl Panis Sili-gineus eigent!yk is Pain blanc, in onderfcheidi'% van Pain bis of Roggen Brood , en by ons Tarwe-Brood in 't algemeen betekent. Het gene nu, uit de gemalen Tarw , na het uitziften van het Meel, overblyft, dat noemen wy Zemelen,

Fur-

(*) Zie de zelfde VII, D. bladz. 511,

11, Deel. XIII. Stok,

vr.

ArDEEt.' III.

HoOFD-i

stuk/ Tarwi

Meel, ' Styfzel i iaz.