Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

z%6 het LEVEN

wyl haar man op dien tyd zich by toeval niet te huis bevondt. Dus bezig zynde tradt philopoemen binnen, omhangen met eenen gemeenen Ruitersmantel, en zy, zich verbeeldende, dat het een der Bedienden van den Veldheer was, die vooruit was gezonden, verzocht hem mede hand aan het werk te Haan, en haar tot den keukendienst behulpzaam te zyn, Waarop by, zonder zich vrder te beraaden, zynen mantel afwierp en aanving eenig hout te klieven. De Man hierop thuis koomende* en zulks ziende zeide: „ Wat zal dit betekenen, philopoemen?"'— „ Wat anders, gaf hy 'er, in zynen Dorifchen tongval (fw), op ten antwoord, dan dat ik boete doe van 'er zo flecht uit te zien!" — Nog verhaalt men, dat titus flaminitjs eens, het oog hebbende op de verdere gefialte zyns lichaams, al fpottende zeide: „ Wat hebt gy, philopoemen,

f» De Dorifche Tongval was aan alle Peloponnefiers, en dus ook aan de Arcadiers, eigen. Dezen Tongval merkt men in de Griekfche woor* den van plutarchus. Maar op zulke plaatzea fchietea Vertaalingen te kort.

Sluiten