is toegevoegd aan uw favorieten.

Aardrykskunde des bybels.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

44<> AARDRIJKS-KUNDE

billijk, alzoo hun land genoeg, ja meer dan ge, noeg was toebedeeld, maar zij waren te traag om de Kanaaniten en Refaïten geheel te verdrijven, onder voorwendzel, dat deze ijzren krijgswagens hadden, waarom josua hunne klagten met die vermaning afwees, om de Kanaaniten te verdrijven , en daar in niet nalatig te zijn, juist, omdat die ijzren wagens hadden, en zoo magtig, en dus gevaarlijk waren, om onder hen te laten woonen.

Eindelijk , werdt eene tweede verdeeling des lands werkftellig gemaakt voor de zeven overige Stammen, die nog geene erf bezittingen ontvangen hadden, een geruimen tijd na de eerfte jos. XVII. waartoe j os ua deze Stammen moest Opwekken, te weten, de Israëliten, ten minften deze zeven Stammen, nu in zoo verre meesters van het land geworden , dat zij, waar zij wilden, het zelve konden beflaan. fchijnen hunne voorige levenswijze van omzwervende herders vervolgd 'te hebben, zonder zich veel om eene bepaalde bezitting van landerijen en akkers te bekommeren , hetwelk echter gehéél tegen het oogmerk aanliep , te weten, om hen tot eene befchaafde maatfchappij van een gezeten landbouwend, en

herders-volk te maaken. En nu liet josua

door drie mannen, uit eiken Stam gekozen, het gantfche land opnemen en befchrijven , er een ontwerp van maaken, om naar hetzelve de ver. deeling in te richten, welke hij dan ook vervolgends voltooide.

Hoe zeer ook deze verdeeling des lands naauwkeurig jos. XV - XIX. met de juiste aanwijzing der grenzen van eiken Stam en derzelver beloop, als ook met de opgave der fteden, die tot eiken behooren, bij den eerften opflag , fchijnt

be-